Katten staan erom bekend dat ze van nature niet veel drinken. Zeker als ze natvoer krijgen, halen ze al een deel van hun vocht uit hun voeding. Toch is er een belangrijk verschil tussen een kat die weinig drinkt en een kat die echt niet drinkt. Zie je dat je kat al langer niet naar de waterbak gaat, minder plast of ineens anders doet dan normaal, dan nemen wij dat serieus. Bij twijfel is het verstandig om dit met je dierenarts te bespreken.
Een kat die niet drinkt laat vaak meer zien dan alleen een volle waterbak. Soms valt vooral het gedrag op. Je kat trekt zich terug, slaapt meer, reageert trager of heeft minder zin in eten. Ook een kat die ineens onrustig is, veel bij de bak zit of vreemd miauwt, kan ongemak hebben.
Let ook op de kattenbak. Minder plassen, kleine beetjes doen of veel persen zijn signalen die je niet wilt negeren. Zeker bij katers kan moeite met plassen snel ernstig worden. In dat soort situaties zien wij drinken of natvoer nooit als oplossing, maar als hooguit een kleine ondersteuning naast medisch advies.
Deze verschijnselen maken de situatie zorgelijker:
Zie je meerdere signalen tegelijk, dan is afwachten meestal niet verstandig. Zeker niet als je kat ook braakt, zich verstopt of zichtbaar pijn lijkt te hebben.
Een kat kan al te weinig vocht binnenkrijgen voordat dat aan de buitenkant heel duidelijk is. De vacht oogt soms wat doffer, de huid kan minder soepel aanvoelen en het tandvlees kan droog zijn. Toch zijn dit geen perfecte thuistests. Katten verbergen klachten vaak lang, waardoor een subtiele verandering soms meer zegt dan een duidelijk zichtbaar alarmsignaal.
Juist daarom kijken wij altijd naar het geheel. Drinkt je kat niet, eet hij ook slecht en plast hij minder, dan wordt de kans groter dat er meer speelt dan alleen weinig dorst. Dat kan samenhangen met misselijkheid, pijn, stress, blaasproblemen of een andere medische oorzaak.
Er zijn momenten waarop snel schakelen belangrijk is. Dat geldt vooral als je kat helemaal niet drinkt én tegelijk niet eet, sloom is of moeite heeft met plassen. Ook veel persen op de bak zonder resultaat vraagt om snelle beoordeling. Een kat die zich ineens verstopt of nauwelijks reageert, laten wij liever dezelfde dag nog nakijken.
Lees je in verband met plasklachten meer over mogelijke oorzaken, dan vind je extra achtergrond in ons artikel over blaasgruis bij katten. Dat is geen vervanging van een dierenartsbezoek, maar wel nuttig om signalen beter te herkennen.
Als je kat verder fit oogt en vooral weinig drinkt, kun je thuis een paar dingen aanpassen. Zet extra waterbakjes neer, bied water op meerdere plekken aan en houd de bakken schoon. Sommige katten drinken liever uit een brede kom of uit een drinkfontein. Ook kan meer drinken stimuleren soms helpen bij katten die gezond zijn, maar van zichzelf weinig naar water omkijken.
Voeding met meer vocht kan daarnaast ondersteunend zijn. Denk aan compleet natvoer of extra vochtige maaltijden, zolang je kat die goed verdraagt. Op onze pagina over compleet natvoer voor katten lees je hoe natvoer kan bijdragen aan de dagelijkse vochtinname. Bij een kat die ziek oogt of pijn lijkt te hebben, blijft dit een aanvulling en geen behandeling.
Drinkt je kat niet en laat hij ook zijn voer staan, dan wordt de situatie sneller zorgelijk. Katten kunnen slecht tegen lang niet eten. Dat geldt extra voor katten die al kwetsbaar zijn, ouder zijn of bekend zijn met andere klachten. Soms zie je ook spijsverteringsproblemen, zoals diarree of verstopping. Meer daarover lees je in onze uitleg over diarree of obstipatie bij katten.
Vocht via voeding kan in rustige situaties helpen om de totale vochtopname wat te verhogen. Wie daar meer over wil lezen, vindt extra uitleg op onze pagina over droogvoer, katten en vocht. Maar zodra je kat sloom wordt, niet eet of afwijkend plast, schuift productkeuze naar de achtergrond en telt vooral hoe snel je duidelijkheid krijgt over de oorzaak.
Bij een kat die niet drinkt draait het zelden alleen om de waterbak. Eetlust, plasgedrag, houding en gedrag vertellen samen veel meer. Een gezonde kat die weinig drinkt vraagt meestal om observatie en slimme aanpassingen. Een kat die niet drinkt én tegelijk andere signalen laat zien, vraagt om medische beoordeling. Dat verschil maakt in de praktijk vaak het meeste uit.
